Menu
Ontslag op staande voet: Hoe duidelijk moet het zijn?

Voor de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet is van belang dat de dringende reden hiervoor onverwijld aan de werknemer wordt meegedeeld. Hoe secuur geformuleerd moet deze mededeling zijn? Zeer nauwkeurig volgens de kantonrechter die moest beslissen in de zaak waarbij een werknemer had toegegeven met behulp van de tankpas van zijn werkgever brandstof te hebben getankt voor de auto van zijn echtgenote.

De werkgever meldt in de ontslagbrief: “De reden hiervoor is kort samengevat als volgt: de diefstal van bedrijfseigendommen.”. Daar de werknemer zich tegen het ontslag op staande voet verzette, verzoekt de werkgever de kantonrechter om voor rechte te verklaren dat het ontslag rechtsgeldig was gegeven. Dit verzoek werd echter afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat nu in de ontslagbrief als grond het strafrechtelijke begrip ‘diefstal’ was gebruikt, vast moest staan dat aan alle onderdelen van de delictsomschrijving overeenkomstig het Wetboek van Strafrecht (enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, heeft weggenomen met het oogmerk het zich wederrechtelijk toe te eigenen) moet zijn voldaan. Omdat de in de ontslagbrief vermelde feiten (gebruik tankpas van de werkgever voor andere doeleinden dan deze bestemd is) niet als diefstal in strafrechtelijke zin kwalificeert, was de volgens de kantonrechter in de opzegbrief vermelde grondslag ondeugdelijk. Kortom; geen rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet.

De werkgever liet het er niet bij zitten en stelde hoger beroep in bij het gerechtshof. Deze was een andere mening toegedaan. Deze stelde vast dat het voor de werknemer duidelijk moet zijn geweest dat de in de ontslagbrief gebezigde term “diefstal” betrekking had op “wederrechtelijk gebruik” van de tankpas, kennelijk doelend op het zonder toestemming van de werkgever gebruik maken van de tankpas voor privédoeleinden. Anders dan de kantonrechter acht het hof het niet van belang of dit feit kwalificeert als diefstal in strafrechtelijke zin. Oftewel; het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven.

Dit liet de werknemer niet over zijn kant gaan en hij legde de zaak in cassatie voor aan de Hoge Raad. In zijn begin dit jaar gewezen arrest geeft de Hoge Raad een college ontslagrecht. Allereerst overweegt de Hoge Raad onder verwijzing naar zijn eerdere uitspraken dat bij het ontslag op staande voet de hieraan ten grondslag liggende dringende reden onverwijld aan de werknemer dient te worden meegedeeld omdat deze onmiddellijk duidelijk behoort te zijn welke eigenschappen of gedragingen werkgever hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. Aldus kan een werknemer zich beraden of zij de opgegeven reden(en) als (feitelijk) juist erkent en als dringend aanvaardt. De werkgever die een werknemer aldus heeft ontslagen, dient in geval van betwisting van de dringende reden door de werknemer, te stellen en zonodig te bewijzen dat de door de werkgever meegedeelde ontslaggrond zich heeft voorgedaan en is aan te merken als dringend. Evenzeer onder verwijzing naar zijn eerdere uitspraken overweegt de Hoge Raad voorts dat de mededeling van de ontslaggrond achterwege kan blijven in het uitzonderlijke geval dat het voor de werknemer aanstonds duidelijk is welke dringende reden tot opzegging heeft geleid, althans dat daaromtrent bij de werknemer, gelet op de omstandigheden van het geval, in redelijkheid geen enkele twijfel kan bestaan.

Volgens de Hoge Raad volgt uit voorgaande dat aan de letterlijke tekst van de ontslagbrief niet steeds doorslaggevende betekenis toekomt voor het antwoord op de vraag welke dringende reden aan de wederpartij is meegedeeld, maar dat het uiteindelijk erom gaat of voor de werknemer aanstonds duidelijk is welke dringende reden tot de opzegging heeft geleid. Ook een in een ontslagbrief vermelde opzeggingsgrond dient mede te worden uitgelegd in het licht van de omstandigheden van het geval. Dit is volgens de Hoge Raad niet principieel anders indien in de ontslagbrief louter strafrechtelijke begrippen worden gehanteerd.

Uitgaande van het bovenvermelde is de Hoge Raad van oordeel dat het hof op goede gronden van oordeel heeft kunnen zijn dat het de werknemer duidelijk moet zijn geweest wat in de opzegbrief met de term “diefstal” werd bedoeld en dat aldus de dringende reden correct was vermeld in de ontslagbrief.

Dat ook indien bij een ontslag op staande voet strafrechtelijke termen worden gebruikt in de vermelding van de ontslaggrond dient te worden uitgelegd in het licht van de omstandigheden van het geval, lijkt een nuancering te zijn van het veelal in de lagere rechtspraak gehanteerd uitgangspunt. Het is echter wel goed om te bedenken dat het in onderhavige casus een vrij evident, door de betreffende werknemer volmondig toegegeven geval van misbruik van middelen van de werkgever betrof. Zeker in wat meer genuanceerde situaties blijft het voor de werkgever zonder meer raadzaam om de dringende reden zo nauwkeurig mogelijk in de opzegbrief te formuleren en er niet op voorhand van uit te gaan dat de rechter deze wel conform de bedoeling van de werkgever zal uitleggen. Een uitslag op staande voet blijft maatwerk, waarbij juridische ondersteuning in het algemeen meer dan gewenst is.

Geplaatst op door Aart Hofman in Arbeidsrecht