Menu
Pleegzorgvergoeding en alimentatie

Het komt regelmatig voor dat een kind niet door zijn eigen ouders of één eigen ouder kan worden opgevoed en in een ander gezin moet worden geplaatst. Dit gezin ontvangt dan van overheidswege een pleegzorgvergoeding. Dit is een vast basisbedrag dat gebaseerd is op de leeftijd van het kind en uiteraard de kosten van levensonderhoud. Aldus is het bedrag voldoende hoog om alle kosten die voor het kind moeten worden gemaakt te kunnen voldoen. Over het jaar 2014 bedroeg de pleegzorgvergoeding voor een kind in de leeftijd 0 tot en met 8 jaar € 532,-- per maand. Boven de leeftijd van 8 jaar worden de toegekende bedragen geleidelijk iets hoger.

 

Elke ouder van een pleegkind is verplicht een bijdrage te betalen die voor het jaar 2014 is vastgesteld op € 58,90 per maand. De hoogte van dit bedrag is niet afhankelijk van de draagkracht van de betreffende ouder. De ouderbijdrage is bestemd voor de overheid en kan worden gezien als een tegemoetkoming voor hetgeen de overheid aan een pleeggezin betaalt. Het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) is belast met het innen van de ouderbijdragen.

 

De instantie die de pleegsituatie begeleid, bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg, heeft de verplichting de pleegzorgsituatie te melden bij het LBIO. Het LBIO is dan op de hoogte en kan tot inning van de ouderbijdrage overgaan. Het LBIO doet dit standaard, derhalve niet - zoals dit bij het innen van alimentatie het geval is - uitsluitend in situaties dat er geweigerd wordt vrijwillig te betalen.

 

In een aantal gevallen is geen ouderbijdrage verschuldigd, bijvoorbeeld als de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) de plaatsing van het kind subsidieert, het kind naar aanleiding van het plegen van een strafbaar feit door de rechter strafrechtelijk is geplaatst, als de ouder door de rechter ontheven is uit de ouderlijke macht, als het kind structureel eigen inkomen heeft van enige omvang en als de ouder alimentatie voor het geplaatste kind moet betalen.

 

De pleegzorgsituatie verandert niets aan de alimentatieplicht zoals deze in de wet is opgenomen. Als er behoefte bij het kind is en draagkracht bij de ouder kan alimentatie worden overeengekomen of door een rechter vastgesteld. Het ligt in het gerede de alimentatie te doen toekomen aan de pleegouders zodat deze de alimentatie kunnen aanwenden ten bate van het kind. Het LBIO brengt de verschuldigde alimentatie daarbij niet in mindering op de pleegzorgvergoeding. Deze zal te allen tijde aan de pleegouders worden uitbetaald.

 

Hoe wordt nu de kinderalimentatie vastgesteld als er ook een pleegzorgvergoeding wordt ontvangen? Vanwege het feit dat de pleegzorgvergoeding een vast gegeven is moet daarmee bij het berekenen van kinderalimentatie rekening worden gehouden. Gelet de hoogte van de pleegzorgvergoeding, zoals hiervoor aangegeven, zal na verrekening van de pleegzorgvergoeding meestal geen behoefte van het kind resteren. Gevallen waarin wel een behoefte van het kind resteert zijn een hoog voormalig gezinsinkomen of een situatie waarin er voor het kind uitzonderlijk veel kosten moeten worden gemaakt. Is er een resterende behoeft dan kan - bij voldoende draagkracht -kinderalimentatie worden vastgesteld. Bij een ouder die kinderalimentatie dient te voldoen zal de ouderbijdrage niet worden geind.

 

Geplaatst op door Reijer Wolleswinkel in Personen- en familierecht