Menu
Woonruimtevergoeding

Indien in een echtscheidingssituatie één van de partners met uitsluiting van de ander in de echtelijke woning verblijft en deze gezamenlijk eigendom is, kan er reden zijn om een woonruimtevergoeding vast te stellen ten laste van de partner die in de woning verblijft. In het verleden was het een vrij vast uitgangspunt, ook in de jurisprudentie, om voor het vaststellen van een woonruimtevergoeding uit te gaan van een rendement van 4% te rekenen over de helft van de overwaarde van de woning. Mede ten gevolge van de economische crisis is daar verandering in gekomen. De rendementen daalden en ook de prijzen van huizen. In de jurisprudentie komt het voor dat er wordt uitgegaan van een lager rendement of dat er voor andere oplossingen wordt gekozen. De WOZ-waarde wordt vaak als basis genomen om de overwaarde te berekenen. Niet zelden komt het voor dat de rechters oordelen dat het voldoende is dat degene die de woning bewoont alle lasten dan wel een groot deel van de lasten draagt. Om enig inzicht in de jurisprudentie te geven worden hierna enkele uitspraken genoemd.

Het Hof Arnhem-Leeuwarden gaat in haar uitspraak van 11 november 2014 uit van een vergoeding van 2,5% van de overwaarde omdat dit aansluit bij de hoogte van de wettelijke rente. Het Hof gaat uit van een minimale verkoopwaarde en verrekening indien de woning later wordt verkocht voor een hogere waarde.

Het Hof den Bosch gaat in 2014 uit van de gemiddelde waarde van de woning over de periode van het gebruik. Een consumptief gedeelte van de hypotheekschuld wordt buiten beschouwing gelaten. Het Hof hanteert een rendementspercentage van 4%. Het Hof deelt mee dat rechtvaardiging voor de vergoeding is, dat de andere echtgenoot niet kan beschikken over haar deel van de overwaarde. Indien zij zelf een andere woning koopt zal zij dit moeten financieren tegen een rentepercentage van tenminste 4%. Het Hof Den Bosch beslist in 2014 in een andere uitspraak dat een gebruiksvergoeding op zijn plaats is. Dat de man de woonlasten voor zijn rekening nam is gelet op dat alleengebruik vanzelfsprekend en heeft geen invloed op een te betalen gebruiksvergoeding. Volgens het Hof ziet de gebruiksvergoeding niet op de woonlasten maar op het niet kunnen beschikken over vermogen door de vrouw.

Het Hof Den Haag bepaalt in februari 2012 dat een redelijke huur 4% van de waarde van de woning betreft. Het Hof komt daarmee op een woonruimtevergoeding van € 1.000,- per maand, doch trekt daarvan af alle door de man betaalde vaste lasten met betrekking tot de woning zijnde € 604,69 waardoor resteert een bedrag van € 396,- per maand. Het Hof acht het redelijk de door de man aan de vrouw te betalen gebruiksvergoeding op de helft van dit bedrag te stellen zijnde € 198,- per maand. Het Hof Leeuwarden komt in 2011 tot een vergelijkbare berekening door te overwegen dat als uitgangspunt voor het berekenen van de gebruiksvergoeding kan dienen hetgeen de man meer aan netto profijt van de onroerende zaak heeft gehad dan in overeenstemming is met zijn aandeel zijnde het netto profijt gelijk aan de huurprijs die in geval van verhuur aan een derde zou kunnen worden bedongen te verminderen met de door de man voor zijn rekening genomen met de onroerende zaak verbonden lasten en kosten. Het Hof gaat ook uit van de WOZ-waarde en een rendement van 4%. Het Hof Den Bosch overweegt in haar uitspraak van 1 mei 2014 dat de man alle lasten voldoet van de woning die uitsluitend door de vrouw wordt bewoond, zodat een gebruiksvergoeding op zijn plaats is, dat een eventuele onderwaarde in de woning daar niet aan af doet en dat de vergoeding wordt bepaald op de helft van de totale lasten die door de man worden voldaan.

In een uitspraak van het Hof Den Haag van 2012 en het Hof Arnhem-Leeuwarden van 2011 wordt een berekening gemaakt in de volgende zin. De woning is gezamenlijk eigendom terwijl de man in de woning woont. De man betaalt 100% van de hypotheeklasten zijnde € 550,- per maand. De redelijke huurprijs is € 850,- per maand. Een redelijke vergoeding is dan € 850,- gedeeld door twee is € 425,- minus ten behoeve van de vrouw betaalde lasten € 550,- gedeeld door twee is € 275,-, derhalve € 425,- min € 275,- is € 150,- per maand.

Het Hof Arnhem-Leeuwarden beslist in haar uitspraak van 20 mei 2014 dat een gebruiksvergoeding gelijk is aan de helft van het aandeel van de man in de lasten. De vrouw die de woning bewoont krijgt aldus 3/4 van de lasten en de man 1/4 van de lasten. In de uitspraak van het Hof Den Bosch  van 1 mei 2014 wordt de woning door de man bewoond en wordt de gebruiksvergoeding bepaald op de helft van de totale lasten die door de man worden voldaan. Dit betekent dat de andere helft voor gezamenlijke rekening komt.

Uit het bovenstaande volgt dat er nog al een verschil in benadering is door de verschillende gerechtelijke instanties. Deze verschillen worden veelal ingegeven door de omstandigheden van het geval die door de rechter worden gewogen. De rechter kan bijvoorbeeld uitgaan van een redelijk rendement, een redelijk rentepercentage indien er geleend moet worden omdat het geld uit de echtelijke woning nog niet vrij komt, een redelijke huur of van de gezamenlijke lasten en door wie deze betaald worden. De uitkomsten kunnen behoorlijk verschillen.

Heeft u vragen omtrent woonruimtevergoeding, dan kunt u zich uiteraard tot ons kantoor wenden.

Geplaatst op door Reijer Wolleswinkel in Personen- en familierecht